We genieten van de schoonheid, rust en ruimte die de natuur ons biedt. De natuur is prachtig en onvervangbaar. En onmisbaar. Wij hebben de natuur nodig. Honderden miljoenen mensen zijn voor hun dagelijkse voedselvoorziening direct afhankelijk van de natuur. Bossen bieden hout en medicijnen (afkomstig van planten), zoetwatergebieden zorgen voor drinkwater, zeeën en oceanen verschaffen vis. De toekomst van de natuur is onze toekomst. Die toekomst loopt gevaar. Sinds 1970 is meer dan 30 procent van de natuurlijke rijkdommen op aarde verloren gegaan.
De natuur is kwetsbaar, zeker in deze tijd. We nemen steeds meer ruimte in beslag om huizen te bouwen en wegen aan te leggen. We richten de ruimte om ons heen in zoals het ons goed uitkomt. We verplaatsen rustig een rivier of pompen polders leeg in ons eigen belang. Zeker in ons land kennen we een lange traditie van het beïnvloeden van onze natuurlijke omgeving. De echte natuurgebieden zijn dan ook zeer schaars geworden.
Sinds de jaren tachtig is steeds duidelijker geworden dat we zuinig met onze natuur moeten omgaan. De overheid houdt zich bezig met regelgeving op dit gebied. Niet alleen op nationaal niveau wordt aan de bescherming van onze natuur gewerkt, ook op internationaal niveau worden er conferenties gehouden en afspraken gemaakt in het belang van de natuur.
De Pinte wordt gekenmerkt door uitgestrekte open ruimte waarin twee woonkernen ingebed liggen. De kern De Pinte ligt op de kam, Zevergem in de Scheldevallei. In het zuiden vormt de Schelde de fysische grens van de gemeente.
In de Scheldevallei ter hoogte van Zevergem is er vandaag al aandacht voor natuurontwikkeling. Er zijn veel waardevolle natuurelementen in het gebied aanwezig waardoor de mogelijkheden tot herstel en ontwikkeling groot zijn.
Verschillende delen van de Scheldevallei zijn afgesloten voor recreanten (hengelwater: Doornhammeke is openbaar viswater van het Vlaams Gewest; het tracé van het natuurwandelpad dat door de provincie is vernieuwd onder de benaming Doornhammeken wandelroute; de gemarkeerde fietsroute op het jaagpad langs de Schelde); natuurontwikkeling is hier de hoofdfunctie.
Verdere opwaardering van de Scheldevallei gebeurt concreet al ter hoogte van Krommenhoek. Deze zone omvat de oude Scheldemeander ?De Krommenhoek? met waardevolle oevervegetatie en het aangrenzend grasland. Dit gebied is eigendom van en in beheer van de vzw Natuurpunt en kan op termijn als natuurreservaat erkend worden.
Natuurherstel gebeurt tevens aan 'de Cuba' (ter hoogte van Doornhammeke) waar men het oorspronkelijke meerskarakter wil herstellen.Deze gronden zijn eigendom van het Vlaams Gewest. Het binnenbochtgebied van de meander Bomput is een opgespoten gebied en is in eigendom van Provincie Oost-Vlaanderen (VEN-gebied). Indien de gelegenheid zich voordoet, zullen er nog gronden worden aangekocht, maar dit zal wellicht eerder gebeuren door het Vlaams Gewest dan door de provincie. In ieder geval zal rond een mogelijke aankoop overlegd worden tussen het Vlaams Gewest, Natuurpunt en de Provincie.
Plant streekeigen soorten
Streekeigen soorten zijn bomen en struiken die van nature voorkomen in een bepaalde streek. Ze hebben zich in de loop van de tijd aangepast aan het lokale klimaat en de plaatselijke bodem. Voorbeelden van streekeigen bomen en struiken zijn de beuk, linde, zomereik, tamme kastanje, hazelaar, haagbeuk, meidoorn, taxus, ...
Een plantensoort is inheems in Vlaanderen als Vlaanderen binnen het natuurlijke verspreidingsgebied van de soort ligt. Een individuele plant is autochtoon of oorspronkelijk inheems in een bepaalde streek in Vlaanderen, als deze een nakomeling is van planten die zich sinds hun spontane vestiging na de laatste ijstijd altijd natuurlijk hebben verjongd, of die kunstmatig vermeerderd werden met strikt lokaal materiaal. Een zomereik afkomstig uit de Balkan is dus niet autochtoon in Vlaanderen, maar de soort zomereik is hier wel inheems.
Waarom kiezen voor streekeigen bomen en struiken in je tuin?
Streekeigen soorten hebben talrijke voordelen. Streekeigen bomen en struiken groeien sneller, hebben een langere levensduur en zijn beter bestand tegen plaatselijke weersgrillen, ziekten en (insecten)plagen. Streekeigen planten zorgen bovendien voor een vrolijk en wisselend kleurenpallet het hele jaar. In de winter zijn er bijvoorbeeld kale takken waar het zonlicht doorheen komt piepen, in de lente barst de boom/struik van de bloemsems en of knopjes, in de zomer kleurt hij groen en in het najaar krijg je een prachtig kleurenpalet herfsttinten.
Met streekeigen bomen en struiken kan je tuin als het ware naadloos aansluiten op het omringende landschap. De plaatselijke dierenwereld (vlinders, vogels, insecten, egels, ...) hoeft geen wijde bocht om je tuin heen te maken, maar wordt net uitgenodigd om te komen schuilen, eten en verblijven. De vruchtjes en zaadjes van de streekeigen soorten leveren een feestmaal voor deze beestjes. Zo maak je van jouw tuin een plaats voor natuurbeleving, dicht bij huis.
Subsidies voor streekeigen kleine landschapselementen (KLE)
Voor het aanplanten en onderhouden van KLE kan je een
subsidie ontvangen.
Slimmer dan de vos
Hou je kippenren vosvrij
Vossen zijn na een lange periode van bijna afwezigheid in Vlaanderen helemaal terug van weggeweest. Door de relatief grote oppervlakte van hun territoria en dankzij hun van nature groot aanpassingsvermogen, laten vossen zich regelmatig opmerken in de buurt van de mens.
Vossen behoren tot onze inheemse fauna en vormen een belangrijke schakel in het ecosysteem. Het zijn echte voedselopportunisten en eten wat het gemakkelijkst te vinden of te vangen is. Op het menu van de vos staan kleine zoogdieren en wilde vogels (die samen 55 % van het voedingsdieet van de vos uitmaken), regenwormen, insecten, aas en afval. Daarnaast durft hij ook wel eens pluimvee te roven uit een slecht afgesloten kippenren. Slaagt een vos er in een kippenren binnen te dringen, dan wordt zijn jachtinstinct – door de paniekerige dieren die niet kunnen wegvluchten – zo geprikkeld dat hij meer dieren doodt dan hij kan opeten. Deze slachtpartijen leiden er toe dat de vos op weinig sympathie kan rekenen. Een veel gehoorde reactie is dat de vos extra bejaagd moet worden.
Een intensieve bejaging of bestrijding biedt echter geen oplossing. Wanneer sterfte binnen de vossenpopulatie toeneemt (door bijvoorbeeld afschot), neemt ook de voortplanting toe. Meer jongen worden geboren die op hun beurt meer kans hebben om te overleven. Wanneer een vos sterft, komt er een territorium vrij voor een meestal jongere vos. Jonge dieren zijn minder dominant waardoor meer vossen op eenzelfde oppervlakte kunnen leven.
Wees slimmer dan de vos en hou je kippenren vosvrij!
De meest eenvoudige oplossingen zijn vaak het meest doeltreffend:
- Vossen zijn overwegend nachtdieren, je kippen 's nachts onderbrengen in een afgesloten nachthok kan veel schade voorkomen. Tegenwoordig bestaan er deurtjes die automatisch sluiten wanneer het donker wordt;
- span een net boven je kippenren.
100 % vossenvrij
Wil je er echt zeker van zijn dat de vos niet tot bij jouw geliefd pluimvee komt. Hou dan rekening met volgende principes:
- een omheining moet minimum 1,3 meter hoog zijn;
- de maasgrootte mag maximum drie tot vier cm zijn;
- bevestig de draad aan de buitenzijde van de palen en span de draad strak aan. Indien mogelijk, span een net boven de kippenren;
- plooi de bovenste 40 cm van de draad naar buiten om onder een hoek van 30° of bevestig een of enkele elektrische schrikdraden aan de buitenkant;
- leg rondom de buitenzijde van de omheining een rij tegels, betonplaten, planken of gaas van 40 cm breed of graaf de draad 50 cm diep in.
Meer info:
Bron: Annelore Nys