Milieuhinder (geluid, geur, stof, rook, licht) is een beleving met zowel een objectief als subjectief karakter. Objectieve factoren zijn de fysische eigenschappen, de frequentie van optreden, de duur en variabiliteit in de tijd. De subjectieve elementen hebben te maken met leeftijd, betrokkenheid bij de bron, het moment van de dag, enzovoort.
Kenmerkend voor verstoring is het lokale karakter ervan en het feit dat de hinder direct merkbaar is (in tegenstelling tot veel andere milieuthema's).
Hinder kan de levenskwaliteit enorm negatief beïnvloeden, zowel geestelijk als lichamelijk. In sommige gevallen brengt het ook materiële schade met zich mee.
Uit een enquête die de gemeente uitvoerde in 2004 blijkt dat nogal wat van de respondenten gehinderd waren door geluid, door geur en door licht. De belangrijkste geluidshinderbronnen waren: straatverkeer, huisdieren van buren, doe-het-zelf activiteiten van buren, bouw- en sloopactiviteiten, treinverkeer en bedrijven. Als belangrijkste geurhinderbronnen kwamen straatverkeer, verbranden van afval door buren en uitspreiden van dierlijke mest naar voor. De belangrijkste lichthinderbron was de verlichting van gemeente- en gewestwegen en verlichting van bedrijven.
In het kader van de hinderproblematiek is het belangrijk het hinderbeleid te integreren in de ruimtelijke ordening en het mobiliteitsbeleid. Via de ruimtelijke uitvoeringsplannen en het mobiliteitsplan kan vermeden worden dat nieuwe hindersituaties ontstaan. Die hebben op lange termijn immers nefaste effecten op de volksgezondheid en verlagen de waarde van het woningpatrimonium.
Meldingspunt milieuklachten
Voor het melden van milieuklachten is de milieuambtenaar Ingrid Scheerlinck bereikbaar tijdens de kantooruren (tel. 09 280 80 24). U kunt ook contact opnemen met de lokale politiezone tijdens
(tel. 09 321 76 60) en buiten (101) de normale diensturen.
Geluidsnormen voor muziekactiviteiten
Sinds 1 januari 2013 gelden in Vlaanderen
geluidsnormen voor muziekactiviteiten. Deze regelgeving geldt voor alle
muziekactiviteiten die toegankelijk
zijn voor het publiek en waar elektronisch versterkte muziek wordt gespeeld.
Hoe hoger het
geluidsniveau van de muziek, hoe
meer maatregelen moeten worden genomen om het geluid te beheersen en
gehoorschade te voorkomen. Om die reden wordt gewerkt met drie geluidsniveaus:
|
Maximaal geluidsniveau |
Indicatie |
Verplichte maatregelen |
|
Maximaal niveau van
85dB(A)Laeq,15min |
Praatcafé of restaurant,
waar de muziek louter als achtergrond dient |
Je hoeft het geluid niet te meten en je hoeft geen
maatregelen te nemen voor gehoorbescherming. |
|
Luider dan
85dB(A)Laeq,15min, met een maximaal niveau van
95 dB(A)Laeq,15min |
Muziekcafés waar de muziek een stuk luider staat dan in een ‘gewoon' praatcafé, fuiven, dansoptredens en bij enkele liveconcerten van stillere genres of concerten in akoestisch zeer
gedempte ruimtes |
Je vraagt de nodige toelating aan.
Als je meer dan twaalf keer per
jaar een muziekactiviteit organiseert,
doe je een melding klasse 3 bij het college van
burgemeester en schepenen. Bovendien neem je de volgende bijkomende
maatregelen:
-
je meet het
geluidsvolume gedurende de volledige activiteit met een reglementair toestel;
-
het gemeten
geluidsvolume is permanent
zichtbaar voor de persoon die het geluidsvolume bedient. |
|
Luider dan
95dB(A)Laeq,15min, met een maximaal niveau van
100dB(A)Laeq,60min |
Rockconcerten,
grote fuiven, discotheken |
Je vraagt de nodige toelating aan.
Als je meer dan twaalf keer per
jaar een muziekactiviteit organiseert,
vraag je een vergunning klasse 2 aan
bij het college van burgemeester
en schepenen. Bovendien neem je de volgende bijkomende maatregelen:
-
je meet het
geluidsvolume gedurende de volledige activiteit met een reglementair toestel;
-
je registreert of
‘logt' ook het gemeten geluidsvolume gedurende de volledige activiteit, zodat
ook na de activiteit kan worden
nagekeken welke geluidsvolumes er op welk ogenblik zijn geproduceerd. Je
houdt de geregistreerde meetgegevens minstens één maand
bij;
-
het gemeten
geluidsvolume is permanent
zichtbaar voor de persoon die het geluidsvolume bedient;
-
je stelt gratis
oordopjes ter beschikking van het
publiek. |
De gemeente kan zelf extra beperkingen opleggen. Voor de
gemeentelijke zalen gelden volgende decibels: De Veldblomme: 90dB(A)Laeq15min -
Cultuurzaal OCP: 90dB(A)Laeq15min.
Indien jouw activiteit in het OCP of de Veldblomme boven
de 90dB(A)Laeq15min zal gaan, moet
je een afwijking aanvragen door hetformulier ‘Afwijking geluidsnormen voor muziekactiviteiten' volledig in te
vullen en te vermelden hoeveel dB je wenst.
Raadpleeg de brochure
‘Geluidsnormen voor muziekactiviteiten' en de presentatie 'Geluidsnormen voor muziekevenementen' voor bijkomende informatie.
Met vragen kan
je terecht bij: